Ontslag op staande voet heeft tot gevolg dat de arbeidsovereenkomst per direct wordt beëindigd, zonder dat daarbij een opzegtermijn in acht hoeft te worden genomen en waarbij de werknemer (in de meeste gevallen) geen recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidwet. Het is een middel dat voornamelijk door een werkgever wordt gebruikt om tot een onmiddellijke beëindiging van het dienstverband te komen, maar ook als werknemer beschik je over de mogelijkheid om ontslag op staande voet te nemen, en dit kan lonen. Dit blijkt uit een arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 3 januari 2019 (ECLI:NL:GHSHE:2019:6) waarbij een werknemer die met onmiddellijke ingang ontslag nam en daarbij de gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding, eindejaarsuitkering en overige kosten kreeg toegekend.
Het UWV
Het betrof een arbeidsongeschikte werknemer waarbij mede door het verloop van de re-integratie een arbeidsconflict met de werkgever was ontstaan. De werkgever weigerde een plan van aanpak op te stellen, terwijl de werknemer daar wel meermalen om vroeg. De werknemer schakelde daarop het UWV in om een deskundigenoordeel te geven over het verloop van de re-integratie, welk oordeel de werkgever vervolgens afdeed als ‘een bagger document, van weinig waarde, inhoudelijk slecht en sowieso niet bindend’. Toen de werkgever bleef weigeren een plan van aanpak op te stellen en eenzijdig zonder overleg aan de werknemer re-integratieverplichtingen oplegde waarbij werd gedreigd met een (nieuwe) loonsanctie en ontslag, nam de werknemer zelf op staande voet ontslag.
Uitspraak de kantonrechter en het gerechtshof
Volgens de kantonrechter en het gerechtshof heeft deze werkgever de plichten die de arbeidsovereenkomst haar oplegt (artikel 7:679 lid 2 onder g BW) met haar handelwijze op ernstige wijze geschonden. Uitgangspunt bij een re-integratietraject is dat werkgever en werknemer gezamenlijk een plan van aanpak maken waarin zij afspraken vastleggen over de wijze waarop zij de re-integratie vorm gaan geven. Dit plan van aanpak dient gaandeweg het traject waar nodig te worden bijgesteld. Het feit dat de werkgever dit alles heeft nagelaten, waarbij zij tevens ongerechtvaardigd heeft gedreigd met een loonsanctie en ontslag maakt, dat de werknemer gerechtigd was de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen waarbij hij een (gefixeerde) schadevergoeding, de transitievergoeding, de eindejaarsuitkering en overige kosten vergoed kreeg.
Conclusie
Dit arrest laat onder meer zien dat het niet goed vormgeven van het re-integratietraject door een werkgever niet slechts het risico van vertraagd herstel van werknemer en sancties van het UWV met zich meebrengt; ook met het risico van een door werknemer te nemen ontslag op staande voet en de daarbij behorende vergoeding moet rekening worden gehouden.
Annette van der Weijden Advocaat