Een werkgever reorganiseert en laat daarbij de functie van Beleidsadviseur juridische zaken (schaal 12) vervallen. Er komen in de nieuwe organisatie twee nieuwe functies terug, zijnde de functie van Legal Counsel (schaal 13) en de functie van Privacy Beleidsadviseur (schaal 12). De werkgever heeft werkneemster bericht dat zij de functie van Legal Counsel niet als een passende functie beschouwt en bij de functie van Privacy Beleidsadviseur betwijfelt of de functie passend zal zijn en, indien ze hierop zou solliciteren, een plan van aanpak (met scholing) opgesteld zou dienen te worden.
De arbeidsovereenkomst is na toestemming van het UWV eind februari 2016 opgezegd tegen 1 september 2016. Werkneemster heeft niet gesolliciteerd op beide functies. Werkneemster vordert bij de kantonrechter primair herstel van de arbeidsovereenkomst en subsidiair een billijke vergoeding.
De kantonrechter Amsterdam oordeelt dat een werkgever beleidsvrijheid heeft bij de inrichting van haar organisatie, maar dat de werkgever in het kader van goed werkgeverschap dan wel zorg dient te dragen dat met de werkneemster die de vervallen functie vervulde, zorgvuldig wordt omgegaan. Die zorgvuldigheid houdt onder meer in dat, wanneer taken van de vervallen functie worden ondergebracht bij nieuwe functies, bijzonder goed gemotiveerd moeten kunnen worden waarom werkneemster, die kennelijk altijd goed heeft gefunctioneerd, de betreffende functie niet zou kunnen vervullen.
De kantonrechter achtte de functie van Legal Counsel niet uitwisselbaar met de oude functie van werkneemster. Het is volgens de kantonrechter dan ook niet in strijd met goed werkgeverschap dat de werkgever die functie niet heeft aangeboden, nu het dan een promotie zou betreffen. De functie van beleidsadviseur privacy is volgens de kantonrechter echter wél een passende functie. De werkgever stelt weliswaar dat zij deze functie heeft aangeboden, maar dat is volgens de kantonrechter niet juist. In het gesprek dat de werkgever met de werkneemster heeft gevoerd na aankondiging van het verval van haar functie, is door de werkgever aangegeven dat zij dacht dat de werkneemster niet geschikt was voor de nieuwe functie, en nog voordat werkneemster haar belangstelling voor de functie kenbaar kon maken, heeft zij de vacature al op intranet gezet.
Nu er volgens de kantonrechter een passende functie voorhanden was en de betreffende functie niet (onvoorwaardelijk) is aangeboden, is de opzegging in strijd met art. 7:669 lid 1 en lid 3 sub a BW. Omdat er inmiddels een beleidsadviseur was aangenomen en de direct betrokkenen op de zitting ook weer hun twijfels hebben geuit over de geschiktheid van werkneemster voor de betreffende functie, is herstel in redelijkheid niet mogelijk. De kantonrechter oordeelt echter dat het bij voorbaat uiten van twijfel aan de geschiktheid voor de passende functie, en het niet zonder voorbehoud aanbieden van de betreffende functie, is te kwalificeren als ernstig verwijtbaar handelen wat toekenning van een billijke vergoeding rechtvaardigt. Er wordt, naast de reeds toegezegde transitievergoeding van ruim € 50.000,-, een billijke vergoeding van € 35.000,- toegekend.
Rechtbank Amsterdam 4 oktober 2016 ECLI:NL:RBAMS:2016:6650
Annette van der Weijden