De kantonrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 24 januari jl. (ECLI:NL:RBDHA:2019:584) een potentiële werkgever veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding ter hoogte van € 37.077,21 wegens het discrimineren van een zwangere sollicitante.

De sollicitante was voor haar sollicitatie reeds een jaar via een uitzendbureau werkzaam bij de potentiële werkgever, het Centraal Orgaan Asielzoekers (hierna: COA). Vervolgens heeft zij gesolliciteerd naar de functie van Casemanager, waarna zij bij het einde van het tweede sollicitatiegesprek meedeelde dat ze in verwachting was. Een week later werd zij gebeld door het COA, een gesprek dat door de sollicitante werd opgenomen. In dat gesprek gaf het COA aan dat zij niet zou worden aangenomen vanwege haar zwangerschap:
– “En eh toen vertelde jij mij inderdaad over je zwanger zijn en ik dacht van oh wat moet ik daar nou mee en heb ik even in overleg (?) gesproken, over euh wat dat betekent want euh voor een zwangerschap ben je vier maanden uit de running.” (COA)
– “Dat betekent dat ik je als ik je inwerk, laat inwerken, want ik dacht laat haar inwerken maar vier maanden is lang en dan vergeet je alles weer. En eh dus ik vond het niet handig.” (COA)
– “En… dus… Ik had zoiets van nou ja dat is gewoon effe niet handig om te doen. Euh ik wil het zo even (?) zo van nou zodra je bevallen bent en alles is goed gegaan – want je weet ook niet hoe dat gaat, gewoon als alles goed gaat dat je daarna weer contact met mij opneemt. Want je bent wel zover gekomen en ik dacht van nou ok prima maar ehm het is gewoon niet handig om nu in te werken. Want je krijgt echt heel veel informatie en dat is gewoon niet handig.” (COA)
– “Dus ehh los van jouw zwangerschap euh want dat vind ik gewoon nog eventjes het probleem maar het is gewoon eh ja dat is gewoon zonde. Dat moet ik gewoon niet doen. Ehh dus ik dacht van nou als jij tegen de tijd dat jij bevallen bent en alles goed is dan neem je weer contact met mij op. Dat is wat ik je eh.. Als je dan nog steeds interesse hebt.” (COA)
– “Ja ja nee ik snap nee maar ik zat heel even met het gevoel van goh als ik nu niet zwanger was geweest dan had ik gewoon kunnen beginnen.” (sollicitante)
– “Ja, ja maar ja weet je.” (COA)

Toen de sollicitante na de bevalling weer contact opnam, kreeg zij te horen dat er geen plaats voor haar was binnen het COA, en er sprake was van een personeelsstop. Hierop heeft de sollicitante een klacht ingediend bij het College voor de Rechten voor de Mens, die tot het oordeel kwam dat het COA verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht.

Met het oordeel van het College voor de Rechten voor de Mens op zak, stapte de sollicitante naar de kantonrechter met een vordering tot vergoeding van haar schade. De kantonrechter leidt uit de feiten af dat het COA direct onderscheid heeft gemaakt doordat zij geen arbeidsovereenkomst met de sollicitante heeft willen sluiten vanwege haar zwangerschap. Het COA heeft dus toerekenbaar onrechtmatig gehandeld jegens de sollicitante en is gehouden haar schade te vergoeden. Bij de begroting van de schade gaat de kantonrechter ervan uit dat, gelet op het feit dat het aantal asielzoekers in die periode terugliep, het dienstverband niet langer dan een jaar geduurd zou hebben. De inkomensschade komt daarmee, inclusief pensioenpremie, op € 37.077,21. Een transitievergoeding is niet verschuldigd, omdat de kantonrechter uitgaat van een dienstverband van korter dan twee jaar. Verder wijst de kantonrechter de gevraagde vergoeding voor immateriële schade af, omdat niet voldoende is komen vast te staan dat de sollicitante geestelijk letsel heeft geleden als bedoeld in art. 6:106 lid 1 sub b BW.

Annette van der Weijden

Advocaat