Bij wie ligt de aansprakelijkheid bij een ongeval van een vrijwilliger?
Een vrijwilliger die lid is van een klusgroep van de parochie van een kerk, plaatst op verzoek van deze parochie verlichting op het dak van de kerk. Tijdens die werkzaamheden valt de vrijwilliger van het dak en loopt daarbij ernstig letsel op. De vrijwilliger stelt de parochie op grond van artikel 7:658 lid 4 BW aansprakelijk voor zijn schade.
Op grond van artikel 7:658 BW is een werkgever aansprakelijk voor schade die een werknemer lijdt, ingeval laatstgenoemde een arbeidsongeval overkomt of een beroepsziekte oploopt doordat de werkgever niet de redelijkerwijs te vergen maatregelen heeft genomen dit te voorkomen; de zogenoemde zorgplicht. Deze zorgplicht geldt op grond van het vierde lid van artikel 7:658 BW ook voor niet-werknemers, indien de werkgever in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf werk laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, en deze persoon schade oploopt in de uitoefening van die werkzaamheden. Te denken aan ingeleend personeel en uitzendkrachten. De vraag die hier voorlag is of een vrijwilliger ook onder het bereik van dit artikel valt.
De Hoge Raad oordeelt (HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3142) dat een vrijwilliger wel onder het bereik van art. 7:658 lid 4 BW valt indien hij voor de zorg voor zijn veiligheid (mede) afhankelijk is van de werkgever, én de werkzaamheden zoals verricht door de vrijwilliger ook door werknemers van het bedrijf uitgevoerd hadden kunnen worden. Indien de werkgever kiest voor het uitoefenen van werkzaamheden door vrijwilligers in plaats van door eigen werknemers, ontloopt hij aldus niet de verantwoordelijkheid voor eventuele ongevallen of schade. Deze uitspraak is in lijn met de uitspraak van de Hoge Raad van 23 maart 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BV0616 Hoge Raad, 23-03-2012, 10/05217) waarin zij tot een vergelijkbaar oordeel kwam ten aanzien van ingehuurde ZZP’ers.
Annette van der Weijden
Advocaat